In de aanloop naar de start van de competitie ligt het voor de hand de trainer van Dessel Sport, Benny Lunenburg, even aan de tand te voelen om een en ander te weten te komen over de voorbereiding en de aanpak van het seizoen 2021-2022. Corona zette het voetbal lange tijd knockout en bijgevolg kan het niet simpel zijn om het voetbalpad opnieuw te effenen.

Benny heeft al een lange historie bij groen-wit. “Ik werd in 1999 kampioen met Geel en kwam dan naar hier”, blikt hij terug. “Ik was hier speler van 2000 tot 2002. Zes jaar geleden werd ik assistent van Patrick Witters. Na een kort intermezzo met Mathieu Mertens nam ik de leiding over in de slotfase van het seizoen, met het behoud als resultaat. Daarna kwam Karel Keleman en ik bleef aan boord. Plots kreeg ik een aanbieding van Pelt en ik besloot erop in te gaan. Maar het was een slecht moment, want alles zat tegen. Eind januari 2020 werd de staf bij Dessel ontslagen en ik nam over. Ik maakte het seizoen af, hervatte in juni, maar dan werd alles weer stilgelegd om de bekende reden.”

Benny

Hoe heb je de voetballoze periode beleefd?

Benny Lunenburg: “Ik had weinig tijd om niks te doen. Ik ben min of meer verslaafd aan voetbal, zag veel wedstrijden en maakte analyses. Verder maak ik veel motivatiefilmpjes, waarbij de mensen van het filmteam me helpen. Dag en nacht had ik mijn bezigheid. Ik heb me dus nooit verveeld.”

Kende je nu een normale voorbereiding?

“Ja. Eén keer werden de trainingen een week on hold gezet door coronabesmettingen – net toen we ons teambuildingsweekend gepland hadden -, maar in totaal hebben we toch veertien weken afgewerkt.”

Ben je tevreden over de voorbereiding?

“Ik moest de groep leren kennen en een team smeden. Meer dan 15 spelers zijn vertrokken en in hun plaats kwamen jongens uit lagere afdelingen. Conditieopbouw en blessurepreventie zijn belangrijk. We hadden één pechvogel: Cavuz, maar intussen staat hij alweer heel ver.

Over de resultaten in de voorbereiding heb ik gemengde gevoelens. Je wil immers winnen en vertrouwen opdoen. We hadden een leuke match tegen Beerschot, speelden heel sterk tegen Waasland-Beveren (1-1) en leverden een heel goede collectieve prestatie in Lommel (1-2). In de beker klopten we Bergen met 6-0 en verloren we totaal onterecht in Wellen (1-0). Die nederlaag stuurde onze planning wat in de war, want een mooi resultaat in de beker pak je mee in het seizoen. Tegen Wezel speelden we met veel jonge gasten. In Turnhout liep een experiment met een ander spelsysteem faliekant af. Hasselt was oké (0-2) en thuis tegen Bocholt werden we gepakt in de omschakeling (0-3). Onze tweede helft was de slechtste van de voorbereiding. We hadden toen ook geen echte spits. We hebben zeker geleerd uit die partij.”

 

 

Wat zijn je verwachtingen voor de competitie?

“We stellen geen doelstellingen voorop. Elke wedstrijd moet een finale zijn, met de nadruk op knokken en mentaliteit. We hebben een heel jonge groep en daar koos de club voor. Het komt erop aan keihard te werken en progressie te maken. We leven van week tot week en proberen een goede start te nemen. Ik ben me ervan bewust dat het een zwaar seizoen kan worden en daarop moeten we ons instellen. We zitten in een sterke reeks met een viertal favorieten: Thes, Dender, Knokke en FC Luik.”

Ben je tevreden over de transfers?

“Jongens als Cheprassov, Cavuz, Kolen en Cinti speelden vorig jaar geen competitie. Iedereen moet zich nu op dit niveau bewijzen. Op de flanken kunnen we nog versterking gebruiken. We beschikken over een kern van 20 spelers, met vier jongens uit de eigen opleiding. Ik ben wat bevreesd voor eventuele blessures.”

Wat beoogt Dessel?

“We weten dat we hard moeten werken voor elke driepunter. We willen voetballen van achteruit, maar niet naïef. Ik wil verticaliteit in ons spel, met veel passie en grinta, om zo snel mogelijk tot doelkansen te komen. Ik hamer heel fel op het teambelang, waarbij jong enthousiasme én ervaring samenvloeien. Onze manier van spelen is heel intensief. Verder moeten we beseffen dat stilstaande fasen heel belangrijk zijn.”

RuNu